Van mosterdzaad tot vijgenboom

Tuinieren met planten
uit het Nieuwe Testament

Wie de Bijbel leest, komt voortdurend planten tegen. Dat hoeft niet te verwonderen: de verhalen stammen uit een agrarische samenleving, dicht bij het ritme van zaaien, wieden en oogsten. Jezus gebruikte die natuurlijke omgeving vaak om iets te vertellen over het geestelijk leven. Een ontkiemend zaadje, een druivelaar die wordt gesnoeid of een vijgenboom zonder vruchten: zijn toehoorders konden het zo voor zich zien. De spirituele betekenis kreeg op die manier tastbare vorm.

Voor ons is dat soms minder vanzelfsprekend. Onze leefomgeving is een stuk minder natuurlijk, velen van ons staan ver van het landbouwleven en missen de spirituele vertrouwdheid met deze verhalen. Toch kunnen planten ook nu nog onze gids zijn om onze spiritualiteit te verdiepen.

Hieronder ontdekken we enkele planten uit het Nieuwe Testament en wat ze betekenen. We gaan op zoek naar hun botanische identiteit – die lang niet altijd vanzelfsprekend blijkt – en luisteren naar wat ze ons kunnen vertellen over leven vanuit de bron van alle leven.

Kan je deze planten kweken in je eigen tuin, bij een kerk of gemeenschap? We geven tips en zinvolle alternatieven voor ons klimaat. Planten kunnen ons omringen met betekenis en troost: bloemen, vruchten en zaden herinneren aan leven uit de hand van de Schepper.

Laat de woorden wortelen,
Sim D'Hertefelt
Redacteur Otheo

Portrait of Isabel Laurent, Editor in Chief

Als er planten genoemd worden in het Nieuwe Testament, zijn dat meestal cultuurgewassen. Vijgenboom, graan en wijnstok (druivelaar) zijn de toppers, met een ruime voorsprong voor de vijg. De moerbeiboom en kruiden zoals munt en mosterd komen sporadisch ter sprake.

Over het mosterdzaad gaan enkele mooie verhalen van Jezus, maar over welke plant het precies gaat is minder zeker.

Mosterdzaad: onderschat het kleine niet

Jezus vergelijkt het koninkrijk van God met een mosterdzaadje. Het lijkt nauwelijks iets voor te stellen, maar groeit uit tot een grote plant waarin vogels beschutting vinden. Zo kan ook wat God in mensen teweegbrengt onopvallend beginnen en toch een onverwachte uitstraling krijgen. 

De vergelijking nodigt uit om het kleine niet te onderschatten en groei de tijd te geven. Je vindt ze in Matteüs 13,31-32, Marcus 4,30-32 en Lucas 13,18-19. Een verwant beeld is dat van de gist in het deeg. Een klein beetje gist laat het hele deeg rijzen. 

Ook wanneer zijn leerlingen om meer geloof vragen, wijst Jezus op het mosterdzaadje: 'Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: “Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!” en hij zou jullie gehoorzamen.' (Lucas 17,5-6)

Je hoeft die woorden niet te lezen als een verwijt dat de leerlingen zelfs geen geloof ter grootte van een mosterdzaadje hebben. Je kan er ook een bemoediging in horen. Laat je niet verlammen door je angst om tekort te schieten, lijkt Hij te zeggen, ook met een klein vertrouwen kan je aan de geestelijke weg beginnen. 

Zelfs een klein beetje vertrouwen kan beweging brengen in diepgewortelde, destructieve patronen.

Over welke plant Jezus het precies heeft, bestaat discussie. Meestal wordt gedacht aan zwarte mosterd (Brassica nigra), die onder gunstige omstandigheden uitgroeit tot twee à drie meter, maar bij ons meestal ongeveer een meter hoog wordt. 

Je kan zwarte mosterd in de tuin of moestuin kweken als eenjarig kruid. De pittige blaadjes kan je gebruiken in salades of de wok. Van de zaadjes wordt mosterd gemaakt, meestal in combinatie met geel mosterdzaad. Zwarte mosterdzaadjes smaken scherper dan gele.

Ook gele mosterd (Sinapis alba), soms witte mosterd genoemd, laat zien hoe snel een klein zaadje kan uitgroeien. Deze eenjarige soort wordt bij ons vaak als groenbemester gezaaid. Ze bedekt kale grond, onderdrukt onkruid en neemt voedingsstoffen op die anders kunnen uitspoelen. Knip de planten af voordat ze zaad vormen en laat het groen als bodembedekking liggen. Zaai geen mosterd voor of na kolen: mosterd behoort tot dezelfde plantenfamilie. 

Mysterieus blijft dat volgens Matteüs en Lucas het mosterdzaad uitgroeit tot een echte boom. Daarom is ook de tandenborstelboom (Salvadora persica) als kandidaat voorgesteld, want die wordt ook mosterdboom genoemd. Van de wortels en twijgen worden in het Midden-Oosten al eeuwen natuurlijke tandenborstels gemaakt.

Deze mosterdboom is bij ons niet winterhard. Wil je hem toch kweken, houd hem dan in een kuip en laat hem op een lichte, warme plek binnen overwinteren (+10°C).

De boom die volgens Jezus met een klein beetje geloof ontworteld kan worden, is vermoedelijk de zwarte moerbei (Morus nigra). Het is een langlevende fruitboom met een brede kroon en hartvormige bladeren. De sappige vruchten lijken op langgerekte bramen en smaken zoetzuur.

Je kan hem ook bij ons kweken op een zonnige, beschutte plek. Geef hem voldoende ruimte: een volwassen moerbeiboom kan ongeveer 8 tot 9 meter hoog en breed worden. Eén boom volstaat voor vruchten, want hij is zelfbestuivend. Plant hem liever niet vlak naast een terras of tuinpad: gevallen vruchten geven hardnekkige vlekken. Dat nadeel heb je niet met de witte moerbei (Morus alba) met witrijpende vruchten.

Graan: wat je loslaat, kan vrucht dragen

Graan keert in de evangelies voortdurend terug. In de parabel van de zaaier valt zaad op de weg, tussen distels, op rotsachtige bodem en in goede aarde. Jezus vergelijkt die verschillende groeiplaatsen met de manier waarop mensen Gods woord ontvangen. Krijgt het de kans om te wortelen, of raakt het verstikt door zorgen? Het verhaal nodigt ons uit om onze innerlijke grond te verzorgen (Matteüs 13,1-9 en 18-23).

Je kan er ook een uitnodiging in horen om minder krampachtig naar efficiëntie en resultaten te streven. Veel van wat we doen, lijkt vruchteloos te blijven. Elders draagt iets onverwacht overvloedig vrucht. Onze inspanningen en hun uitwerking zijn niet zomaar te berekenen. 

Dat vertrouwen klinkt ook in de gelijkenis waarin het graan ontkiemt terwijl de boer slaapt en weer opstaat, zonder te weten hoe. Geestelijke groei kunnen we niet afdwingen. Ze vraagt vertrouwen in wat buiten onze controle gebeurt (Marcus 4,26-29).

Gerst verschijnt als brood: een jongen heeft vijf gerstebroden en twee vissen. In Jezus’ handen worden duizenden mensen ermee gevoed. Wat ontoereikend lijkt, blijkt een overvloedig geschenk te kunnen worden (Johannes 6,9-13).

Het indringendste graanbeeld gebruikt Jezus wanneer Hij over zijn naderende dood spreekt. Een graankorrel moet in de aarde vallen en sterven om veel vrucht voort te brengen (Johannes 12,24-25). Dat raakt ook aan ons eigen leven: wie zich angstvallig vastklampt aan wat hij heeft en is, sluit zich af. Loslaten kan ruimte scheppen voor liefde die verder reikt dan onszelf.

Ook in een tuin kun je tarwe (Triticum aestivum) of gerst (Hordeum vulgare) zaaien. Vooral de aren van gerst vallen op door hun lange kafnaalden. Beide houden van zon en goed doorlatende grond. Kies zomertarwe of zomergerst om in het voorjaar te zaaien – winterrassen zaai je in het najaar. Kleine hoeveelheden kan je via webshops bestellen. 

De halmen en rijpende aren brengen beweging en later een goudgele kleur in je tuin. Je kunt de aren drogen voor een boeket en wat rijpe korrels bewaren om opnieuw te zaaien. Het mooiste is dat je van dichtbij ziet wat anders in een Bijbelzin voorbijgaat: hoe het zaad kiemt, hoe lang het duurt voor de oogst rijp is, hoe één korrel een volle aar voortbrengt.

Wijnstok: vrucht dragen begint met verbonden blijven

‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken’, zegt Jezus. Een afgesneden rank verdort; verbonden met de stam kan ze druiven dragen. Zo nodigt Jezus zijn leerlingen uit om in zijn liefde te blijven. Christelijk geestelijk leven begint bij die verbondenheid: je laten voeden door een liefde die aan jouw inspanningen voorafgaat (Johannes 15,1-12).

Ook het snoeien hoort bij dat beeld. De wijnbouwer snoeit de vruchtdragende ranken zodat ze meer vrucht voortbrengen. Je kan daarin een uitnodiging horen om ruimte te maken in je leven. Wat mag minder worden, zodat liefde en aandacht kunnen groeien?

De wijngaard is ook het decor van de gelijkenis waarin alle arbeiders hetzelfde loon krijgen, zelfs wie pas op het laatste uur begon. Gods barmhartigheid doorbreekt onze berekeningen van verdienste en beloning (Matteüs 20,1-16).

De vrucht van de wijnstok krijgt bovendien een feestelijke betekenis. Op de bruiloft van Kana verandert Jezus water in wijn: een overvloed die je kan lezen als teken van de vreugde die Hij brengt (Johannes 2,1-11). Bij het laatste avondmaal wordt de gedeelde beker teken en bron van zijn leven dat Hij voor anderen geeft (Matteüs 26,27-29). Verbonden blijven mondt uit in jezelf delen.

De wijnstok of druivelaar (Vitis vinifera) kan ook bij ons lekkere druiven voortbrengen. Kies een vroeg rijpend tafelras dat geschikt is voor buitenteelt, liefst met een goede weerstand tegen schimmelziekten. Geef hem een zonnige, beschutte plek in goed doorlatende grond, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur of aan een stevige pergola. Zijn bladeren zorgen in de zomer voor aangename schaduw. Geef de meterslange ranken voldoende ruimte. 

Voor een goede oogst moet je de sterke groeier begeleiden en snoeien. Met wintersnoei vorm je de blijvende gesteltakken waaraan de ranken groeien. Met zomersnoei beperk je de sterke groei en geef je de trossen meer licht en lucht, zodat de druiven goed kunnen rijpen. Zo leer je al doende het verschil tussen uitbundig groeien en vrucht dragen.

Vijgenboom: geef geestelijk leven een kans

De vijgenboom is veruit de meest genoemde plant in het Nieuwe Testament. Het was rond de Middellandse Zee een vertrouwde fruitboom, zoals de appelboom op een Vlaams boerenerf.

Zo is er het herkenbare verhaal van een vijgenboom die al drie jaar geen vruchten draagt: de eigenaar wil hem omhakken. Maar de tuinman pleit voor uitstel. Hij wil de grond losmaken en bemesten. Misschien komen er volgend jaar wel vijgen. In die zorgzame tuinman kan je iets herkennen van Gods geduld met ons. Een onvruchtbare periode hoeft niet het einde te betekenen. Wat heeft ons geestelijk leven nodig om opnieuw vruchtbaar te worden? (Lucas 13,6-9)

Daartegenover staat een ongemakkelijk verhaal: Jezus vervloekt een vijgenboom waaraan Hij alleen bladeren vindt. Marcus verweeft het beeld met Jezus’ optreden tegen de handel in de tempel. Zo kan je de boom lezen als een waarschuwing tegen godsdienst die de uiterlijke schijn ophoudt, maar geen vruchten van geloof en liefde voortbrengt (Marcus 11,12-25).

De vijgenboom leert ons ook aandachtig uit te kijken naar Gods komst. Aan zijn uitlopende takken herken je dat de zomer nadert. Zo moedigt Jezus zijn leerlingen aan om tekenen van Gods nabijheid te herkennen. Waar ontkiemt nieuw geestelijk leven? Waar breekt Gods koninkrijk door? (Matteüs 24,32-33) Zacheüs klimt in een vijgenboom om uit te kijken naar Jezus' komst (Lucas 19,1-10). 

De vijgenboom speelt ook een belangrijke rol in de ontmoeting tussen Jezus en Natanaël. Aanvankelijk staat hij sceptisch tegenover Jezus. Maar wanneer Jezus zegt dat Hij hem al onder de vijgenboom zag zitten, slaat zijn twijfel om in een geloofsbelijdenis: ‘U bent de Zoon van God’. Wat Natanaël onder die boom deed, vertelt de evangelist Johannes niet. Misschien was het een plek van gebed en Schriftlezing. Natanaël ontdekt dat Jezus hem al kende vóór hun ontmoeting. Daarin kan je iets herkennen van het geheim van geloven: terwijl wij God zoeken, heeft Hij ons al gezien (Johannes 1,45-51).

De gewone vijg (Ficus carica) kan ook bij ons zoete vruchten voortbrengen. Kies een ras dat geschikt is voor ons klimaat, zoals ‘Brown Turkey’, 'Del Portogallo' of 'Rouge de Bordeaux'. Die zijn winterhard tot ongeveer -12°C à -15°C. 

Geef de vijgenboom een warme, zonnige en beschutte plek met goed doorlatende grond. Tegen een zuidgerichte muur rijpen de vruchten gemakkelijker. Met zijn grote, handvormige bladeren is hij bovendien een opvallende verschijning. Een vijg kan een forse struik of kleine boom worden. Snoeien verdraagt hij goed, maar let op dat je niet alle toekomstige vijgen wegsnoeit.

Distels en onkruid: leer onderscheiden wat groeit

Naast cultuurgewassen komen in de Bijbelse verhalen ook ongewenste kruiden en wilde planten voor, zoals distels, gras en de lelies van het veld.

In de parabel van de zaaier verstikken distels het ontkiemende zaad. Jezus vergelijkt ze met de zorgen om het bestaan en de verleiding van rijkdom, die Gods woord geen ruimte laten om te groeien (Matteüs 13,7 en 22).

Dat raakt aan een belangrijke spirituele praktijk: de onderscheiding van de geesten. Welke verlangens, gedachten en ingevingen brengen ons dichter bij God? Welke leiden ons van Hem weg? Daarbij kijken we ook naar hun vruchten: groeien geloof, hoop en liefde, of raken we steeds meer opgesloten in angst, eigenbelang en wantrouwen? Wat aantrekkelijk lijkt, is niet altijd heilzaam. Wat moeite kost, kan juist leven geven.

Onderscheiding vraagt tijd. In de gelijkenis van het onkruid tussen het graan willen de knechten meteen gaan wieden. De eigenaar houdt hen tegen: ze zouden ook het graan kunnen lostrekken. Beide moeten samen opgroeien tot de oogst (Matteüs 13,24-30 en 36-43).

Ook in onszelf kunnen goede verlangens en minder fraaie motieven verstrengeld zijn. Wie alles wat onvolmaakt is met geweld wil uitroeien, kan tegelijk veel levenskracht beschadigen. We mogen aandachtig onderscheiden en het goede voeden, zonder ons het laatste oordeel toe te eigenen. Dat vertrouwen we aan God toe.

Het onkruid tussen het graan wordt meestal geïdentificeerd als dolik (Lolium temulentum), een eenjarig gras dat tijdens de groei sterk op tarwe lijkt. Wanneer de aren verschijnen, wordt het verschil duidelijker.

Het giftige kruid kwam vroeger ook bij ons op akkers voor, maar is hier onder meer door betere zuivering van zaaizaad zeer zeldzaam geworden. Niet meteen een plant die je in de tuin wil introduceren.

Maar met Jezus’ advies in gedachten kun je andere onkruiden gerust eens laten staan: wacht met wieden en kijk eerst welke planten opkomen en hoe ze bloeien. Veel spontane kruiden zijn niet alleen mooi, maar ook een zegen voor de biodiversiteit.

Distels zijn helemaal in ere hersteld als tuinplant. Ooit verguisd, worden ze nu opnieuw aangeplant omwille van hun ruwe schoonheid en als voedselbron voor bestuivers. Welke distelsoorten Jezus precies bedoelde, weten we niet, maar aan mooie, distelachtige tuinplanten is er keuze genoeg.

  • Mariadistel (Silybum marianum): wit gemarmerde bladeren
  • Blauwe distels (Eryngium planum en Eryngium bourgatii): staalblauwe tinten
  • Kogeldistel (Echinops ritro): ronde, violetblauwe bloemhoofdjes
  • Oeverdistel (Cirsium rivulare ‘Atropurpureum’): donkerrode bloemhoofdjes, voor vochthoudende grond
  • Wegdistel (Onopordum acanthium): tot drie meter hoog

Gras en lelies van het veld: het leven ontvangen

Gras – het groen van het veld – herinnert in de Bijbel aan vergankelijkheid. Het groeit snel en verdort ook snel. 'De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld, het gras verdort en de bloem valt af,' zo schrijft Petrus, 'maar het woord van de Heer houdt eeuwig stand.’ (1 Petrus 1,24-25)

Jezus verbindt die vergankelijkheid met ontvankelijkheid. Kijk naar de lelies op het veld: ze werken niet en maken geen kleren, maar zelfs koning Salomo kon niet aan hun pracht tippen. Als God het kortstondige gras al zo bekleedt, hoeveel te meer zal Hij dan voor ons zorgen? (Matteüs 6,28-34)

Dat kijken naar de lelies is een radicale geestelijke oefening: onze eindigheid en afhankelijkheid onder ogen zien, en ons tegelijk aan Gods oneindige zorg toevertrouwen. Zoals de bloemen leven ook wij van wat we ontvangen. We hebben onszelf het bestaan niet gegeven en kunnen het met al onze zorgen niet blijvend veiligstellen. Van ogenblik tot ogenblik wordt het ons geschonken.

Zo oefenen we basisvertrouwen. Ook terwijl wij zaaien, snoeien en wieden, worden we gedragen.

Dat gras snel verdort, zagen we de afgelopen zomers aan onze gazons. Kort gemaaid gazon krijgt het moeilijker door hitte en langdurige droogte. Veel tuineigenaars zoeken daarom alternatieven, zoals bodembedekkende vaste planten, een bloemenweide en meer struiken en bomen.

Laat het resterende gazon in de zomer gerust bruin worden. Meestal blijven de wortels leven en verschijnt er opnieuw groen zodra het regent. Ondertussen mag het ons herinneren aan wat voorbijgaat en wat blijft.

Welke bloemen Jezus precies bedoelde met zijn lelies van het veld, weten we niet. Mogelijk verwees Hij naar de tuinanemoon (Anemone coronaria). Die is bij ons maar matig winterhard. 

In mijn tuin associeer ik het lelietje-van-dalen of meiklokje (Convallaria majalis) met de uitspraak van Jezus. Een spontaan en wat woekerend plantje dat uitbundig groeit, bloeit en heerlijk ruikt, zonder veel menselijke inspanning of planning. Zo zijn er wel meer planten die je als symbolische lelie van het veld in je tuin kan koesteren: madeliefjes, paardenbloemen, kamille, klaprozen, jakobskruiskruid en dagkoekoeksbloemen.

Verwante verhalen

We verlangen naar meer natuur, maar in eigen tuin vrezen we al snel dat het te veel wordt. Net die spanning maakt van tuinen boeiende oefenplekken.

Elke tuin en elk innerlijk leven kent moeilijke plekken. Leer kijken wat daar toch kan groeien, met aandacht en zachte zorg.

Wie leert tuinieren met aandacht voor natuurlijke processen, ontdekt in wat leeft een bron van wijsheid voor innerlijke groei en vruchtbaarheid.