Mag het iets wilder zijn?

Je tuin als oefenplaats voor een andere relatie met de natuur

De komende decennia moeten we op zoek naar een andere verhouding tot de natuur. Onze gewone manier van leven is te vernietigend geworden.

Lange tijd hebben we daarop gereageerd door natuur te beschermen: in natuurgebieden en nationale parken, in verre landschappen waar we graag naartoe reizen. Daar mag natuur groots, ongerept en overweldigend zijn. Daar wordt de invloed van de mens beperkt of gebannen.

Maar natuur gaat niet alleen over wat ver weg of beschermd is. Ze gaat ook over wat er leeft in onze straten, op schoolpleinen, rond kerken, op balkons en in onze tuinen. Ook daar kan leven verdwijnen. Ook daar kan leven terugkeren.

Veel mensen willen in hun directe omgeving graag meer groen, meer bloemen, vlinders en vogels. Maar zodra het over de eigen tuin gaat, duikt ook de angst op voor te veel natuur.

Wordt het geen rommel? Wordt het geen ontoegankelijke wildernis? Zal het niet boven ons hoofd groeien? Trekt dat geen enge beesten aan? Wat zullen de buren zeggen?

Precies dat spanningsveld tussen angst en verlangen maakt onze tuinen zo interessant. Daar kunnen we nieuwe houdingen tegenover de natuur concreet inoefenen. Welke positieve plaats kan de mens innemen in de natuur? Het antwoord daarop begint in je achtertuin.

Laten we naar buiten gaan,
Sim D'Hertefelt
Redacteur Otheo

Portrait of Isabel Laurent, Editor in Chief

De tuin als gedeelde ruimte

Die andere relatie met de natuur botst op een hardnekkig ideaalbeeld: de tuin als woonkamer zonder dak. Een tapijt van kort gazon, een loungeset op tegels, losse planten alsof het decoratieve kamerplanten zijn. Je bent buiten, maar toch ook bijna binnen.

Maar een tuin is geen interieur dat toevallig buiten ligt. Het is een stukje aarde. Een kleine open ruimte waar veel meer kan leven dan kort gazon en enkele sierplanten: struiken en bomen, vogels, insecten, libellen, duizendpoten, egels, kevers, kikkers, salamanders en bodemorganismen.

Als we de tuin alleen inrichten volgens onze smaak, ons gemak en onze behoefte aan controle, blijft er weinig ruimte over voor natuurlijk leven. De vraag wordt dus: kunnen we zo leren tuinieren dat we andere organismen verwelkomen en levenskansen scheppen in plaats van ze te bestrijden en te beperken?

Daar begint de omslag. Van de mens die elders natuur bewaart naar de mens die hier een gemeenschappelijke ruimte leert delen met andere levensvormen. 

Het begint met een eenvoudige, richtinggevende keuze.

"Vanaf nu wil ik in mijn tuin het leven zo veel mogelijk laten toenemen, in plaats van het te bestrijden."

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het verandert veel. Je kijkt anders naar spontane planten, insecten, blad, mos, slakken en verterende plantenresten. Niet alles wat verschijnt en wat je niet kent, is meteen ongewenst.

Daarom gebruik je in een levende tuin geen insecticiden, herbiciden, slakkenkorrels of kunstmest. Het zijn middelen die het natuurlijke voedselweb dat je probeert op te bouwen vaak net verstoren.

Stoppen met de chemische oorlogsvoering tegen de natuur vraagt basisvertrouwen. Leven is niet alleen kwetsbaar, maar ook vindingrijk en weerbaar. Het zoekt wegen, herstelt zich, past zich aan en weet vaak beter dan wij vermoeden wat een plek nodig heeft.

Heb je dit jaar naar je zin wat te veel vliegen in de tuin? Dan verschijnen er misschien meer spinnen, vogels of andere dieren die daarvan leven.

Zijn slakken een probleem? Denk dan niet meteen aan bestrijden, maar aan verwelkomen: egels, merels, lijsters, roodborstjes, padden en kikkers helpen je om het evenwicht te herstellen. Er zijn ook genoeg planten die slakken helemaal niet lusten.

New car render

Je smaak aanpassen

De vrees dat een natuurlijke tuin minder overzichtelijk wordt, is niet helemaal ongegrond.

Natuur houdt niet van een kale bodem, monoculturen van gras en toefjes sierplanten die netjes op afstand van elkaar staan.

Waar ruimte is, komt groei. Pioniersplanten nemen de kale bodem in.

Daarna groeit het in meerdere lagen de hoogte in: meerjarige kruiden, struiken, bomen. In onze streken evolueren veel plekken, als je ze laat doen, in de richting van struikgewas of bos: het volwassen stadium van natuurlijke successie.

Wie met de natuur wil meewerken, zal dus ook zijn smaak moeten aanpassen. Niet de buitenwoonkamer is het beste beeld voor een levende tuin, maar de bosrand of de open plek in het bos: vol, gelaagd, beschut, koel, rijk aan overgangen en leven. En als het kan: met een poel.

Zo laat je meer leven toe in de tuin

Hoe begin je eraan om meer natuurlijk leven binnen te laten? Je hoeft niet meteen je hele tuin om te gooien. Een paar plekken waar je minder ingrijpt, dichter plant of nieuw leefgebied maakt, vormen al een eerste stap. Vaak merk je daarna al snel dat de tuin begint mee te doen.

1. Laat een stukje gras langer groeien

Maai niet alles tegelijk en stop met bemesten. Kies een strook, een cirkel rond een boom of een hoekje van het gazon waar het gras hoger mag worden. Daar krijgen klaver, madeliefjes, paardenbloem, gewone brunel en andere spontane bloeiers meer kans. Insecten vinden er voedsel en beschutting.

2. Laat dood organisch materiaal in de tuin

Bladeren, dorre stengels, takken, oude stronken en zaadhoofden zijn geen afval. Wat voor ons dood lijkt, is net voedingsbodem voor wormen, kevers, vogels, insecten en bodemorganismen. Laat bladeren liggen onder struiken en hagen, stel de grote opruimbeurt uit tot de late lente en maak met snoeihout een takkenril of rommelhoekje.

3. Plant dichter en in lagen

Veel tuinen hebben te veel kale bodem en te weinig planten. Een levende tuin is meestal voller, met een hoge groendichtheid in meerdere lagen. Zo droogt de bodem minder snel uit en ontstaat er meer voedsel en schuilgelegenheid voor dieren. Inheemse planten zijn voor onze fauna extra waardevol.

4. Laat spontane planten meedoen

Niet elke plant die vanzelf verschijnt, moet meteen weg. Sommige bloeien rijk, bedekken de bodem of zijn waardevol voor insecten. Kijk eerst wat ze doen en identificeer ze met de app ObsIdentify op je smartphone. Wat echt ongewenst is, kun je wegnemen. Wat bijdraagt, mag gerust blijven.

5. Leg een klein waterelement aan

Water vermenigvuldigt het leven in je tuin. Dat hoeft geen grote vijver te zijn: een kleine poel, waterschaal of ingegraven kuip kan al een groot verschil maken. Vogels, insecten en egels komen er drinken, en misschien vinden libellen, padden of kikkers op termijn hun weg. Waterplanten helpen het water helder te houden. Vissen zijn in een kleine poel meestal geen goed idee.

6. Plant een heg of een vogelbosje

Voor een vogelbosje heb je minder plaats nodig dan je denkt. Een groepje struiken in een hoek of langs de erfscheiding kan al veel doen. Ze zorgen voor schaduw, verkoeling, beschutting en nestgelegenheid. Kies bij voorkeur bloeiende, besdragende en eventueel stekelige soorten zoals sporkehout, vlier, lijsterbes, hazelaar, meidoorn, sleedoorn, hulst of duindoorn.

Zo geef je wildheid vorm

Meer wildheid toelaten betekent niet dat je alles op zijn beloop laat.

De kunst is om het leven de ruimte te geven én tegelijk vorm te bewaren. Met een paar eenvoudige ingrepen toon je: hier wordt wel degelijk gezorgd, maar op een andere manier.

1. Hou paden en zitplekken vrij

Een tuin blijft ook een plek voor mensen. Zorg dus dat je gemakkelijk bij je bank, terras, wasdraad, composthoop of moestuin kunt. Hoe wilder sommige zones worden, hoe belangrijker het wordt dat andere plekken bruikbaar blijven. Zo blijft de tuin gastvrij voor mens én dier.

2. Maak duidelijke lijnen en randen

Een gemaaid pad door hoger gras maakt meteen duidelijk dat het langere gras een keuze is. Ook een maairand langs het terras, de oprit of de tuin van de buren helpt om het geheel verzorgd te laten ogen. Een ruig hoekje wordt leesbaarder wanneer je het begrenst met een boord, boomstammen, takkenvlechtwerk of een gemaaide strook. Soms volstaat één duidelijke lijn om de wildere plek te herkennen als onderdeel van het ontwerp.

3. Werk met gradaties van wildheid

Dicht bij het huis, het terras of de toegang mag de tuin strakker en netter blijven. Verder weg, of meer uit het zicht, mag het dan wat wilder worden: hoger gras, meer struiken, een takkenril, een rommelhoekje of een vogelbosje. Zo gaat de tuin geleidelijk over van intensief menselijk gebruik naar gedeelde leefruimte.

4. Bewaar zichtlijnen

Een tuin voelt minder rommelig wanneer je nog ergens doorheen kunt kijken, of ergens naartoe. Bewaar bijvoorbeeld zicht op een boom, een bankje, een poortje, een beeld, een waterelement of een open plek. Zichtlijnen geven rust, ook wanneer de beplanting voller en wilder wordt. Ze helpen om de tuin als geheel te blijven begrijpen.

5. Kijk naar de beplanting als geheel

Bekijk niet elke plant afzonderlijk als probleem of succes. Kijk naar de bouwstenen en het geheel van je tuin: blijft de beplanting gevarieerd, dicht genoeg, zonder dat één soort alles overneemt? Staat er in elk seizoen iets in bloei? Wat te veel overheerst, mag je intomen. Wat bijdraagt aan variatie, mag blijven, verschuiven of elders een plek krijgen.

6. Maak je zorg zichtbaar

Een klein bordje kan helpen: ‘Hier groeit een bloemenweide’, ‘Hier overwinteren insecten’ of ‘Takkenril voor egels en kevers’. Ook een nette rand, een pad of een bankje tonen dat de tuin niet vergeten is. Zo maak je zichtbaar dat wildheid hier geen verwaarlozing is, maar zorg.

Word gastheer van al wat leeft

Als onze gewone manier van leven te vernietigend is geworden, ligt de oplossing niet alleen in natuur waar de mens op afstand blijft. We hebben ook plekken nodig waar we een andere aanwezigheid kunnen uitproberen.

De tuin is zo’n oefenplaats. Hier hoeft de mens niet te verdwijnen, maar kan hij van rol veranderen: minder eigenaar die alles naar zijn hand zet, meer gastheer die kansen schept voor andere levensvormen.

Een goede gastheer denkt verder dan de eigen noden. Hij vraagt waar vogels voedsel vinden, waar insecten overwinteren, waar libellen en kikkers water vinden of zich kunnen voortplanten, en hoe de tuin verbonden kan zijn met andere tuinen en groene plekken in de buurt.

Zo wordt tuinieren meer dan opruimen, controleren en decoreren. Het wordt een manier om opnieuw te leren wonen in een wereld die niet alleen voor ons bestaat, maar waarin wij wel vruchtbaar aanwezig mogen zijn.

Verwante verhalen

Wie leert tuinieren met aandacht voor natuurlijke processen, ontdekt in wat leeft een bron van wijsheid voor innerlijke groei en vruchtbaarheid.

Gazon onderhouden is tijdrovend en allesbehalve makkelijk. Deze alternatieven kosten minder moeite en brengen meer kleur en leven in je tuin.

Ben je toe aan een nieuwe tuininrichting? Ontdek de belangrijkste bouwstenen voor een doordacht, onderhoudsvriendelijk en biodivers tuinontwerp.

Paus Franciscus riep recent op tot actie voor meer biodiversiteit. Met deze tips kan je er vandaag mee aan de slag. Ontdek ook de plantenlijstjes!

De meeste tuinen kunnen meer houtige planten goed gebruiken. In de herfst kan je plannen en bestellen, zodat je in de winter kan aanplanten.

Met je tuin de natuur ondersteunen, zonder dat het veel werk kost. Kan je dat rijmen? Ja, met deze 10 principes voor een natuurlijke tuin.