Hier
wil niets groeien!

Hoe breng je meer leven
op de moeilijkste plekken?

Als vrijwillige tuincoach bezoek ik regelmatig stadstuinen van bewoners. Een verzuchting die ik vaak hoor:

Hier wil niks groeien!

Meestal wijst iemand dan naar een plek waar al van alles geprobeerd werd. Gras zaaien. Een struik planten. Wat vaste planten proberen. Nog eens opnieuw beginnen. En toch blijft de plek kaal. Arm. Droog. Donker. Nat. Weerbarstig.

Elke tuin heeft zulke plekken. Plekken waar tuinieren niet vanzelf gaat. Plekken die niet beantwoorden aan ons droombeeld van een uitbundige tuin.

Voor de tuinier zijn het confronterende plekken. Ze leggen ook iets bloot van onszelf. We verlangen naar overvloedig leven, maar botsen op ons ongeduld, onze neiging om te forceren en ons onvermogen om het leven naar onze hand te zetten. Dat geldt niet alleen voor het natuurlijke leven in de tuin, maar ook voor ons innerlijke leven.

Wat gebeurt er eigenlijk op die zogenaamd dode plekken — in de tuin en in onszelf? En hoe kunnen we net daar weer leven stimuleren?

Moeilijke plekken in de tuin herken je vaak snel.

Muur op het noorden

Krijgt weinig of geen rechtstreeks zonlicht. Vaak valt er ook minder regen, omdat vochtig weer bij ons meestal uit het zuidwesten komt.

Onder bomen

Vaak schaduwrijk. Bladeren bedekken de bodem in de herfst. Sommige bomen wortelen oppervlakkig en concurreren zo met andere planten, bijvoorbeeld wilg en iep.

Muur op het zuiden

Wordt in de zomer erg heet. Stenen houden warmte vast en stralen die terug. De bodem droogt snel uit. Veel planten verbranden en drogen uit.

Natte plek

Op lager gelegen plekken blijft na regen soms water staan. De meeste planten hebben rond hun wortels lucht nodig. In verzadigde grond krijgen ze het moeilijk.

Verdichte bodem

Door stappen, rijden of bedekken raakt de bodem verdicht. Water sijpelt moeilijker in. Wortels vinden minder ruimte. Het bodemleven krijgt het lastig.

Als ik samen met een tuineigenaar naar zo’n weerbarstige plek kijk, valt vaak iets op.

Er groeit wel iets.

Mos onder een boom. Of in het gazon.

Een toefje vogelmuur langs een pad.

Stinkende gouwe tegen de muur.

Paardenbloemen op een belopen stuk grond.

Misschien betekent ‘hier wil niks groeien’ iets anders.

Niet: hier kan niets leven.

Maar: hier groeit niet wat ik wil.

Niet de plek heeft een probleem. Soms willen wij iets wat de plek niet wil – of niet kan dragen.

We wilden gazon. Maar het gras groeide niet goed in de schaduw van een haag of een boom. Dus nam mos de plaats in.

We wilden hortensia's, maar die verdorden tegen die hete muur op het zuiden.

We wilden een moestuin. Maar in dat stukje tuin op het noordoosten kregen de groenten te weinig zon waardoor ze klein en zwak bleven.

We wilden Noord-Amerikaanse prairieplanten die we gezien hadden in een magazine. Maar ze overleefden onze natte winters niet.

Ook in ons

Ook in onszelf zijn er plekken waar het leven niet lijkt te lukken zoals we hadden gehoopt.

Een oude kwetsuur.
Een relatie die moeizaam blijft.
Een pijnlijke herinnering die niet zomaar verdwijnt.
Een sluimerend gevoel van frustratie, mislukking of onvrede.
Een gewoonte of gedachte waar we niet zomaar van loskomen.

We noemen zulke plekken misschien dood, dor of mislukt. Maar zijn ze dat wel? Misschien groeit er iets wat we niet willen zien of niet kennen.

Net als tuinieren begint ook innerlijke zorg met kijken. De werkelijkheid onder ogen durven zien.

Moeilijke plekken in onszelf
– en wat daar misschien groeit

TE WEINIG LICHT

Gebrek aan aandacht, beschouwing of perspectief.

Kan hier iets van spiritualiteit groeien?

DROOGTE

Het leven stroomt niet. We komen niet in beweging. Er verandert weinig.
Waar verlangen we niettemin naar?

VERDICHTING

Vastgelopen patronen. Oude gewoontes. Opgesloten zitten in het eigen gelijk.
Kan liefde ons openen – voor onszelf en voor de ander?

WORTEL-CONCURRENTIE

Iets vraagt te veel energie. Te veel verlangens of bezigheden. Verstikkende relaties.

Kunnen we iets van innerlijke ruimte en vrijheid terugvinden?

TE NAT

Overspoeld worden. Te weinig ademruimte. Onduidelijke prioriteiten.
Kunnen we onderscheiden waar het op aankomt?

ARME GROND

Weinig inspiratie. Gebrek aan vertrouwen. Alles alleen willen doen.

Durven we ons opnieuw laten voeden?

De juiste plant
op de juiste plek

Elke plek in de tuin heeft een eigen karakter. Voor bijna elke plek bestaan planten die het net daar naar hun zin hebben. Spontane kruiden tonen dat er meer leven mogelijk is dan wij vooraf hadden bedacht.

Vaak is het slimmer om planten te zoeken die passen bij de plek, dan om de plek te plooien naar onze droomplanten.

Planten voor moeilijke plekken

Droogte

In plaats van telkens te gieten, kan je ook kiezen voor planten die droogte goed verdragen.

Wilde marjolein, duizendblad, slangenkruid, hemelsleutel, veldsalie

Schaduw

Vergeet gazon in diepe schaduw. Kies liever schaduwminnende planten en bodembedekkers.

Dalkruid, lelietje-van-dalen, bosvergeet-mij-nietje, gewone salomonszegel, wrangwortel

Natte plek

Droogleggen hoeft niet altijd. Kies planten die houden van natte grond, oevers of moeraszones.

Dotterbloem, grote kattenstaart, moerasspirea, gele lis,
penningkruid

Arme grond

Arme grond hoeft niet meteen rijker gemaakt te worden. Veel wilde bloemen houden juist van schraalte.

Duifkruid, beemdkroon, sint-janskruid, muskuskaasjeskruid, knoopkruid

Verdichte bodem

Verdichting vraagt bodemzorg. Diepwortelende planten en groenbemesters helpen om de grond weer te openen.

Inkarnaatklaver, bladrammenas, rucola, phacelia, paardenbloem

Zien dat planten kunnen gedijen in moeilijke omstandigheden, kan moed geven.

Wie innerlijk door een donkere tijd gaat, kan troost vinden in een schaduwtuin met mos, varens en bosplanten. Ook op donkere plekken is leven mogelijk. Schaduwplanten tonen de waarde van wat leeft in het verborgene: onopvallend en stil. Wat groeit er desondanks in ons? Aandacht misschien. Of verlangen. Een stil vermoeden dat nog geen woorden heeft.

Planten lossen onze problemen niet op. En toch kunnen ze leermeesters van het leven zijn. Vaak zijn ze ook gewoon goed gezelschap.

Een moeilijke plek hoef je niet met geweld te verbeteren.

Zodra de juiste planten er kunnen wortelen, begint de plek zelf te veranderen.

Planten gaan verdamping tegen en maken een droge plaats minder droog. Ze maken de bodem losser en voeden nieuw bodemleven.

Op grote schaal kunnen planten rivieren verleggen en het weer veranderen.

De tuinier kan die trage transformatie ondersteunen met zachte ingrepen.

Zorg voor een aaneengesloten begroeiing. Die beschermt de bodem tegen uitdroging, erosie en dichtslibben.

Breng schaduw waar hitte de bodem uitdroogt. Plant struiken of bomen.

Bedek kale bodem tussen planten met organisch materiaal: bladeren, houtsnippers of een dun laagje grasmaaisel.

Baken paden af en betreed de bodem verder zo weinig mogelijk. Zo voorkom je verdichting.

Maak verdichte grond oppervlakkig los met een spitvork. Niet spitten: zo verstoor je het bodemleven zo weinig mogelijk.

Laat regenwater ter plaatse insijpelen. Of vang het op voor droge periodes.

Gebruik geen pesticiden, herbiciden of kunstmest. Ze verstoren het voedselweb en doen meer kwaad dan goed.

Haal overbodige verharding weg. Waar water en wortels weer toegang krijgen tot de bodem, kan leven terugkeren.

Ook innerlijk begint herstel vaak heel eenvoudig.

Niet door meteen te willen fixen.
Wel door op te houden de plek nog verder te beschadigen.

Niet blijven rondstappen in wat al gekwetst is.

Niet alles dichtleggen met afleiding.

Niet elk pijnlijk gevoel meteen wegduwen of verklaren.

Soms is het genoeg om wat lucht te laten komen. Ademruimte.

Aandacht.
Stilte.
Gebed.
Een eerlijk gesprek.
Een groter perspectief.

En vooral: geen gif toevoegen.
Geen zelfverachting.
Geen verbittering.
Geen gewelddadige oplossingen die de wonde alleen maar dieper maken.

Innerlijke groei begint zelden met grote voornemens. Ze begint wanneer een plek in ons eindelijk wat rust krijgt, zodat er iets kleins kan ontkiemen.

Niet elke plek wordt wat wij gedacht hadden.
In de tuin. In onszelf.

Maar elke plek verlangt naar leven.

Wij mogen meebewegen en zacht ondersteunen. Door telkens opnieuw te vragen:

Wat heeft het leven hier nodig?

Verwante verhalen

Deze botanische tekeningen tonen het onzichtbare leven van planten onder de grond. Mooi startpunt voor een meditatie over het belang van wortelen, ook voor mensen.

'Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien,' is een van de verrassende levenslessen van Jezus. Wat mooi! Van planten kunnen we leren hoe te leven.

Wie leert tuinieren met aandacht voor natuurlijke processen, ontdekt in wat leeft een bron van wijsheid voor innerlijke groei en vruchtbaarheid.